Ziekte van Addison
Op het verkeerde been...
De ziekte van Addison is een ziekte waarvan de diagnose gemakkelijk over het
hoofd gezien wordt. De oorzaak hiervoor is dat de symptomen gemakkelijk verward
kunnen worden met die van andere ziekten, waardoor je als dierenarts gemakkelijk
op het verkeerde been gezet kan worden. Soms zijn er slechts hele vage symptomen
waardoor je als dierenarts en eigenaar duidelijk het gevoel hebt dat er iets mis
is met het dier, maar het probleem eigenlijk niet goed te definiëren is. Bij dit
soort aandoeningen is het verhaal van een eigenaar voor ons als dierenarts zeer
belangrijk. Soms zijn het hele kleine dingen, of op het eerste gezicht
opmerkingen van weinig betekenis die je op het idee van een dergelijke
aandoening kunnen brengen. Gelukkig hebben wij bij ons in de kliniek de gewoonte
om uitgebreid met u over uw hond of kat te praten (anamnese) en uw verhaal ook
serieus te nemen, hoe onverklaarbaar sommige dingen die u als eigenaar vertelt
in eerste instantie soms ook lijken. Dat heeft te maken met de manier van werken
die we ons als (tevens) homeopathisch werkend dierenarts eigen hebben gemaakt.
En ook al behandelen we de ziekte van Addison helemaal niet met homeopathie, we
doen dus toch ons voordeel met de specifieke manier van aanpak! Verder zijn we,
omdat onze kliniek regelmatig voor een second opinion wordt bezocht en door onze
ervaring met het feit dat de diagnose soms gemakkelijk gemist kan worden extra
alert geworden op aanwijzingen voor deze ziekte.
Te traag werkende bijnierschors
De ziekte van Addison ontstaat door een onvoldoende werking van de
bijnierschors. Dit wordt wetenschappelijk aangeduid met de term `hypoadrenocorticisme'.
De bijnierschors maakt twee soorten corticosteroïden: de glucocorticosteroïden
en de mineralocorticosteroïden. Bij de ziekte van Addison is er een tekort aan
beide soorten corticosteroïden. Het tekort aan mineralocorticosteroïden
veroorzaakt een verschuiving van de electrolytenbalans in het bloed. Er ontstaat
een tekort aan natrium en een overmaat aan kalium in het bloed. Het tekort aan
natrium leidt tot vochtverlies en een daling van de bloeddruk. De overmaat aan
kalium heeft een vertraagde hartslag tot gevolg. Tel deze effecten bij elkaar op
en we zien een dier met een slechte circulatie met alle gevolgen van dien. Het
tekort aan glucocorticosteroïden veroorzaakt algehele malaise en een
suikertekort in het bloed. Alles bij elkaar voldoende om je als hond of kat
flink beroerd en slap te voelen! De ziekte komt voor zover we weten vaker bij
honden dan bij katten voor en bij honden zien we het vaker bij teven dan bij
reuen. Waardoor de bijnierschors onvoldoende werkt is in veel gevallen
onduidelijk. Er wordt onder andere gedacht aan een autoimmuun ziekte waardoor de
bijnierschors beschadigd raakt. Het abrupt stoppen van het toedienen van
prednison of aanverwante stoffen kan ook een oorzaak zijn De oorzaak kan ook
liggen in een `fout' van de hypofyse (= het orgaantje in de hersenen dat de
bijnier moet aansturen). Bij dieren die behandeld zijn voor de ziekte van
Cushing met Lysodren® ontstaat door het vernietigen van de bijnierschors ook het
beeld van de ziekte van Addison. Vandaar dat na deze behandeling er eigenlijk
altijd levenslang hormonen toegediend moeten worden.
Symptomen
Zoals gezegd zijn de symptomen nogal verschillend en niet echt specifiek voor de
ziekte. Ze kunnen variëren van zeer ernstige levensbedreigende symptomen tot
milde symptomen die komen en gaan. Bij een acute crisis zien we een patiënt die
plotseling collabeert: het dier is slap, koud, uitgedroogd en heeft een trage en
zwakke pols. Een soort shock toestand dus. Frappant is, dat als je zo'n patiënt
behandeld zoals je logischerwijs zou moeten doen als dierenarts (ook al heb je
op dat moment geen diagnose), namelijk met infusen en eventueel
corticosteroïden, het dier in zeer korte tijd enorm opknapt! Wordt de
behandeling gestaakt, dan kan het dier weer helemaal terugvallen. Dit feit moet
de oplettende dierenarts al aan het denken zetten. Minder duidelijk is het als
het dier komt met klachten als chronisch braken, af en toe diarree, bloed in de
ontlasting, recidiverende buikpijn, sloomheid, vermageren en een slechte
eetlust. Deze symptomen doen in eerste instantie denken aan een probleem in het
maagdarmkanaal, of aan een nierprobleem. Dat laatste zal zeker het geval zijn
als de eigenaar ook nog vertelt dat het dier de laatste tijd wat meer drinkt en
plast. En vaak vinden we ook wat verhoogde nierwaarden in het bloed! Dit is
echter een secundair effect van het tekort aan vocht en de te lage bloeddruk,
hetgeen een slechte doorbloeding van de nieren veroorzaakt. Soms hebben de
dieren een soort flauwtes, die foutief geïnterpreteerd kunnen worden als
epilepsie aanvallen. En soms zien we aanvallen van rillen en geringe slapte.
Kortom de verschillen zitten hem soms in hele kleine dingen in het verhaal van
de eigenaar of het klinisch onderzoek, waardoor we op het spoor van `Addison'
komen.
Diagnose
De diagnose stellen we door middel van een bloedonderzoek. De bevindingen van
een te hoog kaliumgehalte en een te laag natriumgehalte in het bloed samen met
het typische klinische beeld is zeer sterk verdacht. De diagnose is echter pas
zeker na het uitvoeren van een zogenaamde ACTH-stimulatietest. Hierbij meten we
de uitgangswaarde van de cortisolspiegel in het bloed, waarna we een hormoon (AdrenoCorticoTroopHormoon
of ACTH) inspuiten (rechtstreeks in de bloedbaan) die normaliter de
bijnierschors stimuleert tot het maken van cortisol. Een uur later nemen we
nogmaals bloed af en er wordt nogmaals een cortisolspiegel bepaald. Aan de hand
van de uitgangswaarde en de reactie op de hormooninjectie kunnen we dan zien of
de bijnierschors voldoende werkt.
Bovenstaande tests doen we natuurlijk pas als er al een verdenking is op de
ziekte van Addison. Bij een bloedscreening kunnen andere afwijkingen in het
bloed ook reeds in de richting van de ziekte wijzen, zoals verhoogde
nierwaarden, een verlaagd suikergehalte, een verhoogd calciumgehalte, een
verhoging van het aantal witte bloedcellen en een geringe bloedarmoede.
Therapie
De behandeling is een levenslange toediening van de glucocorticosteroïden en de
mineralocorticosteroïden die het dier tekort komt. Dit gebeurt in de vorm van
het toedienen van twee soorten tabletten. Verder is het zinvol om een kleine
hoeveelheid zout aan de voeding toe te voegen. Het toedienen van
corticosteroïden staat ons als diereigenaar en dierenarts altijd enigszins
tegen. We moeten ons echter realiseren dat bij deze patiënten er een tekort is
aan deze stoffen. Door het toedienen van de corticosteroïden bootsen we de
normale situatie weer na. Er is dus geen sprake van een overmaat aan deze
stoffen bij deze patiënten. De nare bijwerkingen die we kennen van het toedienen
van corticosteroïden (prednison) zoals veel drinken en plassen, toegenomen
eetlust, zwaar worden etc., zullen we dan ook niet zien! De behandeling van een
zogenaamde `Addison-crisis', waarbij de hond een echte collaps heeft bestaat uit
het toedienen van intraveneuze infusen en corticosteroïden door de dierenarts.
Een dergelijke collaps is een spoedgeval, het is namelijk een levensbedreigende
situatie. Nadat de crisis weer onder controle is, wordt de behandeling
voortgezet met de beschreven tabletten. De prognose is goed, in de meeste
gevallen reageren de dieren heel goed op de behandeling en kunnen ze een normaal
leven leiden. Alle aandoeningen die tot uitdroging of shock kunnen leiden (bv.
ernstige diarree, bloedverlies) vormen bij deze dieren natuurlijk wel een extra
risico.
bron: http://www.whgdierenartsen.nl